Wikia


Slakken

De huisjesslakken en de naaktslakken zijn de meest voorkomende in België, maar op de Hydrangea is het de naaktslak die de meeste schade aanricht. De huisjesslakken zijn minder schadelijk, ze leven dan ook van plantaardig afval, en durven soms de eieren van de naaktslakken op te eten. Slakken zijn vooral 's avonds en 's nachts actief omdat zij niet tegen de uitdrogende zonnestralen kunnen. Overdag kun je ze enkel zien als het geregend heeft. Ze houden immers van vochtigheid.

In april leggen ze hun eerste eieren (ongeveer 400) onder aardkluiten. Deze komen 3 weken later uit en na 2 maanden zijn de pasgeborenden al volwassen. Zorg er dus voor dat je er telkens op tijd bij bent om ze te doen verdwijnen. Slakken kunnen op verschillende manieren bestreden worden :

1) Ideale plaatsjes en omstandigheden verminderen : voorkom dat er hoog gras of onkruid blijft staan, geen bladhopen of bladafval in de tuin laten liggen, geen mulching gebruiken, grote, grove kluiten verwijderen (overdag nestelen ze zich hieronder), plaats de composthoop niet te dicht bij uw zaaiperk. Slakken kruipen graag in boomschors, coniferen en vijvers. Als je een kleine composthoop hebt, kunnen de slakken hun eieren in de zijwanden leggen, als je dan de humus over je tuin verspreidt, zit je met een serieuze slakkenplaag.

2) Onaangename plaatsen en omstandigheden aanmaken : slaken kruipen niet over scherpe, droge voorwerpen zoals bijvoorbeeld fijne eierschalen, kalk, zaagsel, cacaodoppen, grind, dolomiet, enzo. Je kunt ook planten in je tuin zetten die met hun sterke geur de slakken wegjagen : Oost-Indische kers (Tropaeolum majus), Salie (Salvia officinalis), Tijm (Thymus officinalis), tomaten (Lycopersicon) of teentjes knoflook.

Water geven doe je het best 's morgens. Dan zijn de planten tegen de avond goed opgedroogd, voordat de slakken er zijn. Natuurlijke vijanden van de slak zijn de lijster, ekster, kraai, spreeuw en de merel.

Slakken kunnen gevangen worden door dakpannen, bladeren van kolen of rabarber of een vochtig zeil 's avonds op een slakkenrijke plaats te leggen. Overdag verschuilen ze zich eronder en kun je ze gemakkelijk verwijderen. Een tweede manier is met de zaklamp 's avonds slakken te gaan rapen of op een stokje te prikken.

Je kunt ze natuurlijk ook vangen door vallen te zetten. Ze zijn dol op de geur van gist. Graaf bekertjes in de grond zodat de bovenkant en de grond op gelijke hoogte komen te staan. Vul de bekers tot de helft met gistrijk bier of water, aangelengd met gistpoeder. Je kunt er eventueel een afdakje boven plaatsen om verdunning door de regen tegen te gaan. De slak merkt de geur op, wil er van drinken, maar hij valt erin en verdrinkt.

De meest bekende manier zijn natuurlijk de slakkenkorrels. Deze korrels kunnen we opsplitsen in twee groepen : de eerste groep is biologisch afbreekbaar en niet gevaarlijk voor mens en dier. De tweede groep, die de klassieke slakkenkorrels bevat, moet het doen zonder deze eigenschappen. Gebruik de korrels met mate, strooi ongeveer 10 korrels/m² in plaats van een handvol rond te strooien, het is tenslotte maar de geur die hen interesseert. Leg bij het gebruik de korrels op de grond, met een afdakje erboven. Zo voorkom je verminderde werking door regenval, en andere dieren kunnen er dan ook niet aan.


Bladluizen

Bladluizen komen voor in grote groepen, op jonge delen van de plant. Ze worden tot 7 mm lang en bezitten een snavel (rostrum), om te prikken en te zuigen. Hun natuurlijke vijanden zijn het lieveheersbeestje en vogels. Bladluizen zuigen voedingsstoffen uit de plant en dragen vaak ook virussen over. Goed georganiseerd zijn ze wel, maar hun verdediging laten ze over aan hun gastheren, de mieren. Zelf zetten ze wel een wasafscheiding in, een glibberige plakkerige suikerafscheiding die via de twee buizen op hun achterlijf naar buiten komt. Bladluizen zijn levendbarend. De pasgeborenen ondergaan verschillende gedaanteverwisselingen. In het eerste stadium of neanide-stadium vinden 2 à 3 verwisselingen plaats. In het tweede, het nymfestadium, zijn dit er 3 tot 7. Eens ze volwassen zijn, doen ze niet anders dan eten en zich voortplanten.

Bladluizen richten veel schade aan bij planten. De schade ontstaat doordat ze in grote kolonies leven. De aantasting is te herkennen aan de stengels en bladeren die glimmend en plakkerig worden, verwelken, verkleuren en verminkt worden. In sommige gevallen sterft de plant af.

Om ze te bestrijden kun je lieveheerstbeestjes inzetten. In de natuur heb je ze niet zomaar bij de hand, maar in een kas of woning kun je ze wel uitzetten om de luizen te verjagen.

Bladluizen houden niet van koude temperaturen en een sterke waterstraal. Als de plaag niet te groot is, is dit een uitstekende oplossing. Je kunt ook beroep doen op een eetlepel groene zeep en een eetlepel spiritus + nicotine opgelost in water. Herhaal dit om de 3 tot 5 dagen.


Spint

De aanwezigheid van spint is herkenbaar aan de kleine lichtgroene of gelige puntjes op de bladeren, een fijn spinrag en kleine beestjes die aan de onderkant van het blad rondkruipen. Later worden de bladeren helemaal geel, bruin of grijs, ze verdrogen en tenslotte sterven ze af. Spint komt het meest voor bij Hydrangea's die in een kas of in de huiskamer staan. Verwar ze echter niet met de "rode spint" of fluweelmijten die je in het voorjaar vaak over bomen en muren ziet wandelen. Deze beestjes zijn nuttig, ze eten bladluizen en wolluizen. De vrouwtjes leggen 50 tot 100 bolvormige, doorzichtige eitjes. Bij warm en droog weer duurt hun levenscyclus maar 1 week.

Soms kan het nodig zijn om gedurende het hele groeiseizoen de spint de bestrijden. Dit kan zowel ecologisch als chemisch.

Ecologisch :

1) Bespuit de plant, vooral de onderkant, met een oplossing van zeep of insectenzeep (bijvoorbeeld Savona, Plantschoon), of met paraffine-olie.

2) De roofmijt inzetten, deze groeit vlug en verslind 5 tot 10 spintmijten of 20 eitjes per dag. Bij warm weer ontwikkelt hij trager.

Chemisch :

1) Bespuit de onderkant van de plant met middelen die volgende stoffen bevatten :

a) tebufenpyrad (bijvoorbeeld Pyranica, Masai spuitpoeder)
b) abamectine (bijvoorbeeld Sanmite)
c) pyridaben (bijvoorbeeld Sanmite)
d) dienocholoor (bijvoorbeeld Pentac spuitpoeder)


Taxuskever

Bij de taxuskevers zijn het de kevers die de bladeren opeten, de larven houden zich bezig met de wortels en het ondergrondse gedeelte van de stengel. De kever kan veel schade veroorzaken. De vrouwtjes eten in de zomer niet alleen de bladeren, maar leggen ook eitjes onder de grond. Als de larven in augustus uitkomen, eten ze de wortels op. Ze overwinteren in vorstvrij overwinterde potten, waarin de temperatuur hoger is dan buiten.

Een bestrijdingsmethode is het vangen van de kevers. Ze verstoppen zich graag onder bloempotten.

Enkele vangmethoden :

1) Als je aangevreten planten ontdekt, leg er dan plankjes tussen. Als je de volgende dag de plankjes omdraait, zitten de kevers erop.

2) Vul bloempotjes met houtwol of hooi, en zet ze ondersteboven tussen de planten, met een steentje onder de rand van de pot, zodat de kevers erin kunnen kruipen. De volgende morgen kun je de gevangen kevers gemakkelijk doden.

3) Leg een witte lap rond de aangetaste planten, en richt er daarna een zaklamp op. De kevers verschieten hiervan en vallen uit de plant, waarna ze 'schijndood' met samengetrokken pootjes blijven liggen. Nu kunt u ze gemakkelijk doden.

4) Als je de ingesnoeide planten voor de vorst binnen brengt, kun je beginnen met het verpotten. Schut zoveel mogelijk de oude grond uit de kluit en controleer goed op uitvallende larven. Zo zie je gemakkelijk hun vraatzucht. Deze planten overleven meestal de wortelbeschadigingen. Zo kun je voorkomen dat je de beschadigde planten moet weggooien. Vul de potten niet verder dan 3 à 5 cm onder de potrand.


Trips

Door hun goede aanpassingsvermogen zijn tripsen tot een van de meest bevreesde en verspreide plaaginsecten ontwikkeld. De meest voorkomende zijn de tabakstrips en de Californische trips. De vrouwtjes leggen hun eitjes in het plantenweefsel. Wanneer de larven uitkomen, beginnen ze direct te eten. Als ze hun tweede larvestadium bereiken, laten ze zich op de grond vallen om zich te verpoppen. De levenscyclus duurt bij een temperatuur van 20°C 20 dagen, en bij een temperatuur van 30°C 12 dagen.

Tripsen beschadigen de planten door hun plantencellen leeg te zuigen. De cellen vullen zich daarop met lucht en geven een zilverachtige schijn met zwarte puntjes, afhankelijk van de plant.

De bestrijding gebeurt met natuurlijke vijanden zoals :

1) Amblyseius cumumeris

2) Amblyseius degenerans

3) Orius laevigatus

4) Orius majusculus


Woldopluis

De woldopluis of Pulvinaria hydrangeae is een zeer vervelend plaagdiertje, dat steeds meer en meer voorkomt. In mei/juni vormen ze een cocon die ze achter zich meedragen. Daarna sterft het dier. De cocon ziet eruit als een wollig spinsel, is 1 cm lang, 1/2 cm breed en enkele mm hoog. In de cocon zitten de eitjes, die verspreid worden door de vogels. De pasgeboren luizen worden ook wel eens door de wind meegevoerd.

De bestrijding wordt meerdere malen uitgevoerd in de periode tussen midden juni en eind juli. Zorg ervoor dat je er op tijd bij bent, want de chemische bestrijdingsmiddelen werken alleen maar bij de pas uitgekomen eitjes. Tijdens de behandeling moet ieder blad aan de onderkant bespoten worden. Een andere methode is de plant tot op de grond wegsnoeien. Hoe vroeger in de zomer je dit doet, hoe meer kans je hebt dat ze het jaar erop terug bloeit. Als de plaag niet weg, is het beter om alle aangetaste planten te verwijderen en een tijdje te wachten om nieuwe te planten.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.